Ze is elf en eindelijk mag dochter mascara. Samen gaan we naar de Etos. Het is moeilijk kiezen. Er zijn veel soorten. Uiteindelijk weet ze het: haar wimpers zullen volume krijgen en zelfs in de regen zwart blijven. Nooit meer het enige make-uploze meisje van groep 8.
Maar er is meer: als je drie producten van een bepaald merk koopt krijg je een gratis cd. ‘The Voice of Holland!’ roept dochter enthousiast.
Ach, ja. Nu we toch gek doen.
Het ‘alle combinaties zijn mogelijk’ maakt het nog lastiger kiezen dan een mascara. Maar dan zijn we eruit: shampoo en crèmespoeling met parelextract die de natuurlijke glans van je haar activeert en bodylotion met een deep care-complex van sheaboterextracten die in je huid smelten en een ware betovering voor je zintuigen betekenen.
Behalve de cd krijgen we ook nog drie gratis harde plastic armbanden met teksten als: ‘The city is my catwalk’ en ‘Embrace life’.
In de auto zetten we de cd op. Dochter kleurt in het spiegeltje haar wimpers.
‘Don’t be a drag, just be a queen!’ zingen we met Paul Turner mee.
Mijn derde roman is zo goed als klaar, het zelfverkozen kluizenaarschap voorbij, tijd om de regen nu eens niet alleen tegen het raam te horen slaan, maar ook echt buiten te voelen. Terwijl ik mijn kaplaarzen aantrek, belt de uitgeverij. Of ik binnenkort naar Amsterdam kan komen om de promotie van mijn boek te bespreken.
Uit ervaring weet ik dat journalisten het meestal niet over mijn roman willen hebben, maar meer over mij. Misschien verstandig om dit keer wél goed voorbereid te zijn. Om al een aantal diepzinnige oneliners te hebben die het belang van mijn werk onderstrepen en mezelf als een groot denker neerzetten.
De vorige keer heb ik dit helemaal verkeerd gedaan. Althans volgens Marja Pruis. In de Groene Amsterdammer (link) vergeleek ze de lancering van Caesarion van Tommy Wieringa met die van mijn tweede roman. Hierbij verwees ze naar een interview dat hij aan de Volkskrant en ik aan NRC had gegeven. Dat van Tommy Wieringa vond ze duidelijk een abstractiegraadje hoger en over de begeleidende foto’s schreef ze: ‘Werd Wieringa – zoals altijd overigens, hier is duidelijk nagedacht over imagebuilding – geportretteerd als bedwinger van de elementen, heer en meester van zijn land, zijn vlakke doch vaderloze land, Heimans was geloof ik net de boel aan het stofzuigen.’ Om vervolgens te benadrukken dat dit alles niets zei over de kwaliteit van ons werk, maar er wel voor zorgde dat Tommy Wieringa de annalen der literaire geschiedenis zou halen en ik niet.
Ik heb destijds erg om het artikel moeten lachen. Mij vergelijken met Tommy Wieringa is natuurlijk te veel eer. En uiteraard haalt hij de annalen der literaire geschiedenis, zelfs al zou hij op iedere foto aardappels schillen of de was ophangen.
Maar goed. Imagebuilding. Na de existentiële worsteling van William Praise – de protagonist van mijn nieuwe roman – moet ik het met mijn uitgever nu dus over mezelf gaan hebben: wie ben ik als schrijver, wat ga ik bedwingen en hoe serieus ga ik daarbij kijken? Denk dat ik liever mijn huis eens ga stofzuigen.